Pedagogisch klimaat

Pedagogisch klimaat voor kinderen

Kinderen en jongeren die bij Kinderwijs verblijven worden niet alleen begeleid, maar ook (en vooral) opgevoed en verzorgd. Gericht op het bevorderen van hun welzijn en ontwikkeling, zodat zij opgroeien tot volwassenen die zelfstandig kunnen functioneren in de samenleving. Het orthopedagogisch handelen – de specifieke aanpak die bijzondere kinderen en jongeren in een bijzondere situatie nodig hebben – komt daar bovenop.

Je kunt een kind niet veranderen zonder iets aan de omgeving van het kind te veranderen. Kinderen reageren vooral op hun omgeving!  We weten dat de verandering door de omgeving moet worden ingezet en voorgedaan. Inzicht van de omgeving in dat proces ondersteunt blijvende verandering.

Een begeleidingstraject kan echter niet effectief zijn als een basisvoorwaarde ontbreekt: een veilig en stabiel leefklimaat. Over de effectiviteit van hulpverlening is bekend dat een goede relatie tussen hulpverlener en cliënt een van de belangrijkste algemene werkzame factoren is. Uit de ontwikkelingspsychologie is bekend dat een vruchtbare voedings-bodem voor leren en ontwikkelen pas ontstaat als een kind zich in de relatie met zijn opvoeders en verzorgers veilig voelt en gezien weet, en ruimte krijgt in combinatie met de juiste mate van begrenzing. Kinderen groeien aan grenzen en hebben ruimte nodig om te groeien.

Kinderwijs hanteert de volgende pedagogische uitgangspunten:

  •  warmte en ondersteunende aanwezigheid
    Het geeft een basis van veiligheid. Het ervaren van emotionele steun en veiligheid is belangrijk voor het ontwikkelen van vaardigheden en het vergroten van de veerkracht.
     
  • ruimte en autonomie
    Als kinderen zich veilig voelen, gaan ze dingen ondernemen en uitproberen. Daardoor leren ze. Ze moeten dus ruimte en kansen krijgen om initiatieven te nemen. Voor de autonomie van kinderen is het belangrijk dat ze zoveel mogelijk gestimuleerd worden om zoveel mogelijk zelf te doen en zelf hun problemen op te lossen en dat hun ideeën en oplossingen gerespecteerd worden.
     
  • structuur en grenzen
    Dit betekent dat duidelijk gemaakt wordt wat van het kind wordt verwacht en wat het van Kinderwijs kan verwachten. Er wordt respectvol met regels en grenzen omgegaan. In plaats van de rust te bewaren met behulp van meer regels en meer verboden worden grenzen aangegeven en uitgelegd waarom iets wel of niet kan.
     
  • informatie en uitleg
    Door op het juiste moment en op de juiste manier het kind informatie te geven of iets uit te leggen, leren kinderen begrijpen wat er gebeurt. Wanneer een kind onwenselijk gedrag vertoont (schadelijk voor hemzelf en/of anderen) zullen we het aanspreken op wat er precies in zijn hoofd gebeurde (state of mind) vlak voordat het gedrag plaatsvond. Door er samen over te praten en uit te leggen wat er gebeurt en wat de gevolgen zijn leert het kind zich bewust te zijn van ’het weer in zijn hoofd’ en meer ‘baas in eigen hoofd’ te worden.
     
  • interacties tussen huisgenoten
    Kinderwijs heeft de touwtjes in handen en voert de regie voor wat betreft huisgenoten. Incidenten worden besproken om samen tot een consensus te komen over een betere aanpak. Een positieve sfeer wordt bevorderd door aandacht te besteden aan positieve interacties en door naar elkaar te luisteren, elkaar te helpen en samen te werken. Kinderwijs heeft een voorbeeldfunctie en een betrouwbare opstelling die zich kenmerkt door openheid en eerlijkheid.
     
  • interacties met ouders en omgeving
    Het inschakelen van de gezinscontext heeft als doel het contact tussen het kind en de ouders en het gezin in stand te houden en te optimaliseren, zodat de kans groter wordt dat het kind uiteindelijk terug kan naar huis en/of op de langere termijn een goede relatie met ouders kan onderhouden. Wanneer er geen contact mogelijk is wordt gewerkt aan de acceptatie hiervan en aan de opbouw en versterking van een vervangend sociaal netwerk.

Vriendelijke opvoeden

  1.     Zorg voor de juiste state of mind (zonder ongeduld of boosheid), wees baas in eigen hoofd.
  2.     Communiceer geweldloos.
  3.     Neem het belang van het kind als uitgangspunt.
  4.     In de eerste plaats is het belangrijk dat een omgeving kinderen veiligheid biedt, zowel emotioneel (beschikbaar zijn als ouder) als fysiek (gevaarlijke situaties voorkomen). Daarnaast is het belangrijk dat kinderen voldoende ruimte en stimulans krijgen om zich te ontwikkelen.
  5.     Maak heldere afspraken, stel duidelijke grenzen en wees consequent.
  6.     Reageer snel als het kind zich niet goed gedraagt, in plaats van af te wachten of het gedrag vanzelf ophoudt. Dit houdt tevens in dat ouders op een heldere manier instructies geven aan hun kind over wat ze verwachten en welk gedrag ze niet tolereren. Zo leert het kind wat regels zijn en hoe het zich hoort te gedragen.
  7.     Bedenk bij alles wat je doet in de aanwezigheid van een kind, dat kinderen perfecte kopieermachines zijn. Het heeft geen enkele zin te proberen een boodschap over te brengen waarbij de inhoud en de vorm niet met elkaar kloppen (bijv. ik schreeuw tegen een kind dat het niet mag schreeuwen of ik zeg boos tegen een kind dat het lief moet zijn). Kinderen zijn gespecialiseerd in het opvangen van signalen waarvan je als ouder vaak niet eens weet dat je ze uitzend. Je bewust zijn van je eigen state of mind, hoe is mijn interne houding en wat zend ik uit, is heel belangrijk. Wees ook hierin een voorbeeld voor je kind. Wees blij en opgewekt in plaats van bezorgd of boos.
  8.     Blijf in contact met de ontwikkeling van het kind (regels veranderen als het kind meer aan kan). En heb een realistische verwachting van uw kind. Ieder kind is uniek en ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. Het is belangrijk dat ouders realistische verwachtingen hebben van hun kind op een bepaalde leeftijd. Als ouders te veel van hun kind verwachten of te vroeg bepaalde dingen eisen, kunnen er problemen ontstaan. Ook moeten ouders niet verwachten dat hun kind perfect is en alles goed doet; ieder kind maakt fouten en doet dat meestal niet met opzet.
  9.     Begeleid het kind in het maken, overzien en bespreken van de dagindeling. Vat op je dagindeling is vat op je leven. Sluit hierbij aan bij de ontwikkeling van het kind (maak bijv. niet een 5-jarige verantwoordelijk voor het zelf op tijd op school komen, maar een 10-jarige wel).
  10.     Laat het kind gaandeweg steeds meer meepraten en meebeslissen over zaken die (ook) het kind betreffen (participatie).
  11.     Leer het kind betekenis geven aan de wereld om hem/haar heen. Breng ze respect voor anderen bij en inspireer ze zoveel mogelijk manieren te vinden samen conflicten op te lossen.
  12.     Bereid het kind voor op een zelfstandig bestaan in de geest van democratie, vrede, verdraagzaamheid, gelijkheid van man en vrouw, vriendschap tussen volken, groepen en personen en eerbied voor het milieu.
  13.     Beschouw het kind niet als bezit of je eigen project, maar als een jong individu die moet leren samenleven in een steeds ingewikkelder samenleving. Het moet leren dat ze zelf deze samenleving (mede) maken, het kind moet leren om afspraken te maken en zich eraan te houden. Kinderen moeten niet alleen leren dat ze rechten hebben, maar ook dat er grenzen zijn aan wat ze mogen.
  14.     Het is misschien belangrijk in gedachten te houden dat de kwaliteit van de relaties die het kind in staat is met de omgeving (buitenwereld) aan te gaan mede bepalend is voor hoe gelukkig het kind later zal zijn (en ook hoe succesvol het later zal zijn).

Positief contact bevorderen:

  • Tijd en aandacht geven
  •  Praten met kinderen
  •  Genegenheid tonen

Nieuwe vaardigheden en gedrag leren:

  • Voorbeeldgedrag vertonen
  •  Gebruik maken van spontane leermomenten
  •  Vragen, vertellen, voordoen
  •  Eventueel een beloningsprogramma afspreken

Gewenst gedrag bevorderen:

  •  Complimentjes geven en prijzen
  •  Positieve aandacht geven
  •  Boeiende activiteiten verrichten met het kind

Omgaan met ongewenst gedrag:

  •     Duidelijke basisregels hanteren
  •     Het kind direct aanspreken op zijn/haar gedrag
  •     Het negatieve gedrag gepast negeren
  •     Heldere instructies geven
  •     Logische consequenties verbinden aan het gedrag
  •     Het kind laten stilzitten
  •     Een time-out geven
  •     Rekening houden met de leeftijd van het kind

Straffen werkt niet. Consequenties verbinden aan gedrag (rekening houdend met de variabelen) werkt wel. Als het verband tussen gedrag en consequenties niet duidelijk is, zal daar aandacht aan besteed worden. Precies deze aandacht, op steeds hetzelfde punt, in steeds terugkerende bewoordingen, is vaak al straf genoeg. In ‘ernstige’ gevallen gebruiken we een time-out.

Ouders zijn belangrijke betrokkenen. Uit onderzoek is gebleken dat ouderbetrokkenheid bij residentiële hulp leidt tot positieve resultaten zoals het vaker bereiken van gestelde hulpdoelen, korter verblijf, een succesvol vertrek en minder behoefte aan intensieve nazorg. Afhankelijk van de situatie zijn 3 mogelijke doelen te stellen:

  1. terugkeer van het geplaatste kind naar het eigen gezin
  2. acceptatie van de ‘voorlopige’ onmogelijkheid van terugkeer naar het gezin en optimalisering van het contact met het gezin
  3. acceptatie van de ‘voorlopige’ onmogelijkheid van contact tussen kind en ouders en opbouw en versterking van een vervangend sociaal netwerk
© 2012 Kinderwijs | Contact Realisatie door Afslag2